|
Pagina 1 van 3 STUDIEGEBIED PERSONENZORG
Studierichting Gezondheids- en welzijnswetenschappen
Derde graad
Een woordje uitleg over de studierichting ...
Sociaal voelend
Technisch vaardig
Creatief
Praktisch
Nauwkeurig en kwalitatief handelen
Wanneer kies je voor Gezondheids- en welzijnswetenschappen?
- Je bent sociaal en je wil die sociale vaardigheden verder ontwikkelen;
- je hebt aanleg en interesse voor wetenschappen, vooral voor biologie;
- de wereld van gezondheid en welzijn boeit je;
- je wil je actief en gemotiveerd inzetten voor anderen;
- je houdt van mensen en werkt graag in groep;
- je bent creatief en praktisch gericht maar je vindt algemene vorming belangrijk;
- je wil na het secundair onderwijs eventueel nog verder studeren;
- je denkt aan een beroep waarin omgaan met mensen centraal staat, zoals in het onderwijs, de gezondheidszorg of de sociale sector.
De richting Gezondheids- en welzijnswetenschappen wil jongeren een zo breed mogelijke vorming bieden. Ze streeft een veelzijdige opleiding na waarbij praktijk en theorie nauw in elkaar verweven zijn. Daarbij richt Gezondheids- en welzijnswetenschappen zich op de studie van en de omgang met de mens als totale persoon.
De studierichting spreekt jongeren aan die sociaal voelend zijn, graag met mensen omgaan en gemotiveerd zijn voor de toegepaste wetenschappen, zowel natuurwetenschappen als vakken van psychologische aard.
Je krijgt een sterk algemeen-vormend vakkenpakket, een degelijke kennismaking met psychologie en opvoedkunde, een diepe natuurwetenschappelijke verkenning van de werkelijkheid, een basiskennis van vakgebieden en domeinen uit de gezondheidszorg en je doet praktijkervaring op in laboratoria, kleuterklassen, kinderkribbes, medisch schooltoezicht, enz.
De studierichting wordt versterkt door het vak seminarie waarbij via klasbesprekingen, studiebezoeken, gastsprekers en tal van nieuwe werkvormen thema's uit de gezondheids- en welzijnssector verkend worden.
Een degelijke vakkennis, het ontwikkelen van basisvaardigheden, een open en dynamisch mensbeeld en een sociale ingesteldheid zijn daarbij een vereiste.
Na twee jaar ben je klaar om bewust een studierichting te kiezen volgens je eigen inzichten, mogelijkheden en talenten. Gezondheids- en welzijnswetenschappen wil resoluut voorbereiden op verdere studies in het onderwijs.
Een woordje uitleg over de dragende vakken:
- Psychologie en pedagogiek
Dit vak is gericht op het verwerven van kennis en inzicht over het menselijk gedrag en het pedagogisch handelen. Er wordt tevens aandacht besteed aan het vormen van attitudes en sociale vaardigheden. Het uitbouwen van een gepaste, professioneel ingestelde basishouding en beroepsattitude neemt een zeer belangrijke plaats in. Het is de bedoeling de verworven kennis, attitudes en vaardigheden te kunnen hanteren in praktijksituaties. Het leren nadenken over en bijsturen van eigen handelen, o.a. door het reflecteren over stage- en seminarie-ervaringen, het werken aan de eigen persoonlijkheid staat centraal. Dit leidt tot volgende algemene doelstellingen:
- verwerven van vakkennis en inzicht in de ontwikkeling van het menselijk gedrag en het pedagogisch handelen;
- de verworven kennis en vaardigheden kunnen hanteren in praktijksituaties op stage;
- sociaal vaardig worden in de dagelijkse omgang met kinderen en volwassenen;
- bereid zijn tot het leren ontdekken van en werken aan de eigen persoonlijkheid.
- Gezondheid en welzijn
Het vak gezondheid en welzijn is een visie-vak, geen doe-vak. Hier wordt openheid gecreëerd naar de vele domeinen en subsectoren die in de sector van de gezondheids- en welzijnszorg aan bod komen. Het vak heeft daarbij een oriënterende rol naar leerlingen toe. Dit leidt tot volgende algemene doelstellingen:
- ontwikkelen van een eigen visie op gezondheid en welzijn;
- gezondheids- en welzijnsgerichte vaardigheden verwerven;
- benoemen van gezondheidsfactoren en indicatoren en ze herkennen in concrete situaties;
- actief gezondheidsvoorlichting toepassen in het kader van gezondheidspromotie;
- inzicht verwerven in de structuur van gezondheids- en welzijnszorg;
- eigen toekomstmogelijkheden situeren in de sector.
- Wetenschappen
De stevige wetenschappelijke component is de onderbouw voor toegepaste vakken in het voortgezet onderwijs. Naast toegepaste fysica (1 uur) en toegepaste chemie (2 uur) is er toegepaste biologie (4 uur). Het belang van hygiëne en aspecten van microbiologie komen hier aan bod, als aanzet tot ziekteleer in het vervolgonderwijs. Leerlingen krijgen eveneens inzicht in anatomie en fysiologie.
- Stages en seminariewerk
Een flink deel van het lessenrooster wordt aan stages en/of seminaries besteed. Leren vanuit de werkelijkheid zelf heeft een grote toegevoegde waarde. Via stages en seminariewerk willen we de mogelijke werkvelden aftasten. Op de stageplaats leren de leerlingen, naast het uitvoeren van de taken zelf, zich te realiseren waarmee ze bezig zijn en op welke wijze men bepaalde zaken aanpakt. Het seminariewerk is dan weer erg geschikt om leeringen te leren om informatie te verzamelen, te ordenen en te verwerken.
Deze richting is in de eerste plaats een vervolg op de richting Sociale en technische wetenschappen in de tweede graad maar ook leerlingen uit andere technische richtingen zoals Techniek-wetenschappen of leerlingen uit ASO-richtingen kunnen hier aansluiten.
Daarbij moet je er echter rekening mee houden dat de praktijklessen steunen op een uitgebreide kennis van materialen, methodes, technieken en middelen, wat meer is dan louter uitvoeren. Instappen in het vijfde jaar veronderstelt extra aandacht zowel voor kennisinhouden als voor vaardigheden. Er wordt bovendien een voldoende basis voor chemie verondersteld en het bijwerken van de basisbegrippen van de richtingsvakken zal vaak noodzakelijk zijn.
|